DOEN = DENKEN = LEREN
Over leren is een heleboel te zeggen en te schrijven. Boeken vol... We houden het hier kort en helder.
Wat je wilt bereiken, is dat lesstof die je bestudeert, blijft hangen in je brein. Alleen op díe manier kun je later, bij een toets of in je dagelijks leven, de lesstof ook weer ophalen uit je geheugen.
Het geheugen is een ingewikkeld systeem van hersendelen die met elkaar samenwerken1. Al die onderdelen samen slaan informatie op in je hersenen.
Het begint allemaal in het sensorisch geheugen2: hier komt alle informatie uit de buitenwereld bij jou binnen via je zintuigen. Sensorisch betekent ook dan ook ‘via de zintuigen’. Al die informatie wordt supersnel gefilterd3. Een deel laat je los en vergeet je direct weer. Een ander deel wordt doorgestuurd naar je werkgeheugen.
In je werkgeheugen ga je aan de slag met dat deel van de binnengekomen informatie. Daarbij gebruik je vaak, niet altijd, ook informatie uit je langetermijngeheugen. Dat kun je bewust doen, maar dat kan ook onbewust gebeuren.
Je werkgeheugen bestaat op zijn beurt uit 3 onderdelen die samenwerken: een visuospatieel kladblok, een fonologische lus en een executief controlesysteem3.
In het visuospatieel kladblok bewaar je alle informatie die met het visuele aspect te maken heeft: dit zijn dingen die je daadwerkelijk kunt zien, of die je in gedachten voor je ziet.
In de fonologische lus wordt talige en cijfermatige informatie bewaard: alles wat met letters, klanken en cijfers te maken heeft.
In het executief controlesysteem komt alles samen: dit is de uitvoerende kracht in je werkgeheugen. Dit is de plek waar jij actief bezig bent met alle informatie.
Waarom is het nu belangrijk om dit te weten? En wat heeft dit te doen met de titel van dit blok "DOEN = DENKEN = LEREN"?
Wat deze theorie aantoont, is dat jouw hersenen op verschillende manieren en met diverse informatie werken: visueel, met letters, met klanken, met de zintuigen.... Die kennis kun je gebruiken: door je hersenen actief aan het werk te zetten, met beeld, tekst-op-papier, filmpjes, tekeningen, schema's, video's, gesprekken, enzovoorts, activeer jij al die hersendelen.
En: hoe meer hersendelen actief zijn, hoe meer verbindingen je aanlegt en hoe beter je de lesstof onthoudt.
Je hersenen hebben dit echt nódig. Door meer te doen en meer te denken, ga je meer onthouden.
DUS: doen = denken = leren.
Oftewel: hoe meer je doet, hoe meer je denkt, hoe meer je onthoudt.
Onder de literatuurverwijzingen vind je de tips van de week.
1. Schreuder-Peters, J., & Boomkamp, A. (2001). Psychologie: de hoofdzaak (3e druk). Groningen: Wolters-Noordhoff.
2. Wikipedia-auteur. (2021, 3 juli). George Sperling. In Wikipedia. Geraadpleegd op [datum dat jij geraadpleegd hebt], van https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=George_Sperling&oldid=59443747
3. Van der Stigchel, S. (2018). Concentratie: Gefocust blijven in tijden van afleiding. Maven Publishing.